Paarse loopkever

Paarse loopkever (foto: Saxifraga-Frits Bink)
Loopkevers kunnen snel lopen, maar veel soorten hebben geen vleugels en bij verschillende van hen zijn de dekschilden met elkaar vergroeid. De meeste soorten hebben een nachtelijke levenswijze en verbergen zich overdag onder hout, stenen e.d. Het zijn in hoofdzaak carnivoren. Zij jagen actief op allerlei prooidieren, zoals slakken, insecten en wormen. Het zijn kleine tot enkele centimeters grote insecten. Vele soorten zijn donker van kleur. Enkele soorten hebben een fraaie metaalglans, zoals de Gouden loopkever.
De loopkevers hebben binnen het Renkums beekdal een brede verspreiding. De Paarse loopkever en Haarsprietloopkever kwamen het meest voor. In de bosgedeelten werden de meeste loopkevers gevonden, waaronder de Slakkendoder. Deze soort voedt zich met huisjes slakken en naaktslakken. In de pioniervegetatie werd één karakteristieke zandloopkevers aangetroffen op kale stukken zand: de Bronzen zandloopkever.