Bruin blauwtje

Bruin blauwtje (Kwintelooijen) (foto: Jerina van der Gaag)
Aricia agestis – Rode Lijst 2009: gevoelig
Met een voorvleugellengte van 13 mm is het Bruin blauwtje een klein vlindertje. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua vleugelpatroon identiek: de bovenkant van de vleugels is bruin en langs de achterrand is een rij van oranje vlekjes zichtbaar. De onderkant van de vleugels is lichtbruin met een tekening van zwarte, met een witte rand omgeven, vlekjes. De vleugelfranje is geblokt. De soort kan verward worden met vrouwtjes van het algemene Icarusblauwtje.
Het Bruin blauwtje leeft in droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden, maar kan ook voorkomen op opgespoten en ruderale gronden. Het is een vrij schaarse standvlinder die vooral in de duinen voorkwam, maar inmiddels heeft de soort zich ook verspreid naar het binnenland. Het Bruin blauwtje vliegt in twee, soms drie generaties: van begin mei tot eind juni en van begin juli tot begin oktober. De soort drinkt nectar van allerlei planten. De waardplanten van de rups zijn verschillende soorten ooievaarsbek en reigersbek. Het Bruin blauwtje is tijdens de KNNV-inventarisatie in 2014 alleen in het beekdal (D) aangetroffen, maar het is bekend dat deze soort braakliggende terreinen snel kan koloniseren.
Meer informatie: www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/bruin-blauwtje