Ochlodes sylvanus – Rode Lijst 2009: gevoelig
Dit geelbruin gekleurde dikkopje met lichtgele vlekjes op de vleugels is van het Zwartsprietdikkopje en Geelsprietdikkopje te onderscheiden door het haakje aan de verdikte antennen. Mannetjes hebben op de bovenkant van de voorvleugel een zwarte geurstreep.
Het Groot dikkopje komt vooral voor in beschutte grensvegetaties, zoals mantelzomen en bosranden, en in vrij vochtige graslanden met ruigtevegetatie. De soort houdt vooral van zonnige plekken langs bosranden of heggen waar ook de nectar- en waardplanten groeien. Het Groot dikkopje heeft een zeer lange roltong en is daardoor in staat om ook diepliggende nectar te bereiken. De vlinders drinken o.a. nectar van Gewone braam en Akkerdistel. Als waardplant worden verschillende grassen gebruikt, waaronder Pijpenstrootje, Kweek, witbol, zwenkgrassen en beemdgrassen. De soort vliegt in één generatie van begin juni tot half augustus. Tijdens de KNNV-inventarisatie in 2014 zijn in totaal zes Groot dikkopjes waargenomen: in de Grunsfoortweide (G) en in de graslanden aan de oostrand van het beekdal (D). Landelijk is de verspreiding van het Groot dikkopje vrijwel gelijk gebleven, maar de soort vertoont een afname in de aantallen per vliegplaats.
Meer informatie: www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/groot-dikkopje
Dit geelbruin gekleurde dikkopje met lichtgele vlekjes op de vleugels is van het Zwartsprietdikkopje en Geelsprietdikkopje te onderscheiden door het haakje aan de verdikte antennen. Mannetjes hebben op de bovenkant van de voorvleugel een zwarte geurstreep.
Het Groot dikkopje komt vooral voor in beschutte grensvegetaties, zoals mantelzomen en bosranden, en in vrij vochtige graslanden met ruigtevegetatie. De soort houdt vooral van zonnige plekken langs bosranden of heggen waar ook de nectar- en waardplanten groeien. Het Groot dikkopje heeft een zeer lange roltong en is daardoor in staat om ook diepliggende nectar te bereiken. De vlinders drinken o.a. nectar van Gewone braam en Akkerdistel. Als waardplant worden verschillende grassen gebruikt, waaronder Pijpenstrootje, Kweek, witbol, zwenkgrassen en beemdgrassen. De soort vliegt in één generatie van begin juni tot half augustus. Tijdens de KNNV-inventarisatie in 2014 zijn in totaal zes Groot dikkopjes waargenomen: in de Grunsfoortweide (G) en in de graslanden aan de oostrand van het beekdal (D). Landelijk is de verspreiding van het Groot dikkopje vrijwel gelijk gebleven, maar de soort vertoont een afname in de aantallen per vliegplaats.
Meer informatie: www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/groot-dikkopje