Recente blogs over de natuur

Fantastische vlinders

Foto: Staatsbosbeheer, Oranjetipje op de pinksterbloem

We hebben al wat mooie dagen gehad en de eerste vlinders zijn al weer te zien! Een echte lente aankondiger is natuurlijk de mooie grote gele citroenvlinder. De eerste zag ik al vliegen tijdens de eerste warmere dagen van het jaar. Ook de dagpauwoog heb ik gezien en de gehakkelde aurelia. Maar een van mijn lievelingsvlinders is toch wel het oranjetipje.

Dit kleine drukke vlindertje heeft witte vleugels met een donker randje en een vlekkerig patroon op de onderkant. De mannetjes hebben het kenmerkende oranje tipje aan de punten van hun voorste vleugels. Ik heb gemerkt dat ze erg moeilijk te fotograferen zijn omdat ze steeds maar weer op vliegen en dan vrolijk rondfladderen. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat de mannetjes steeds op zoek zijn naar gewillige vrouwtjes om te paren. Hij maakt een vrouwtje het hof door wild om haar heen te fladderen. Als een vrouwtje eenmaal heeft gepaard steekt ze haar achterlijf de lucht in als er een mannetje aankomt, om hem te laten weten dat hij te laat is. Dan fladdert hij dus weer verder op zoek naar andere vrouwtjes.

De waardplant van het oranjetipje zijn de pinksterbloem en Look-zonder-look. Het vrouwtje legt op een plant 1 eitje net onder een bloemknop. De rupsen zijn onopvallend grijsgroen. Een plant is meestal genoeg voor 1 rups om van te eten tot hij groot genoeg is om te verpoppen. Het is maar goed ook dat er maar 1 eitje per plant is want de rupsen zijn er niet vies van om elkaar op te eten! Pinksterbloemen zie je momenteel overal in de weides bloeien. Perfect voor de oranjetipjes dus! Let maar eens op wanneer je met zonnig weer buiten bent.

Groet Boswachter Jaël Bergwerff

25 april lezing: Pukkels in het landschap: grafheuvels op de Veluwe

Lezing door Elly van der Velde (Educatief medewerker van Museum Nairac in Barneveld)

De Veluwe staat bekend om haar prachtige natuur. Vele vakantiegangers, wandelaars en fietsers genieten ervan. Tussen het groen liggen echter ook prehistorische grafheuvels verscholen, als pukkels in het landschap. Als Drenthe bekend is om zijn 52 hunebedden, dan zou de Veluwe toch zeker bekend moeten zijn om haar 700 grafheuvels.
Lees meer

Vleermuizen, Batman in winterslaap

De eerste keer dat ik een vleermuis goed kon zien was in een bunker. De vleermuizen waren in winterslaap en hielden zich met kleine klauwtjes vast aan de bekalkte muur van de bunker. We vonden twee soorten, de dwergvleermuis en de grootoorvleermuis. Lang konden we de donzige bolletjes niet bekijken want anders zou hun lichaamstemperatuur omhoog gaan en ze uit hun winterslaap ontwaken. Dat kost dan teveel energie om de rest van de winter door te komen.

Een echte kasteelheer?
Elk jaar worden de vleermuizen geïnventariseerd. Ze kunnen op allerlei plekken zitten. Heus niet alleen in kasteelruïnes, nee, ze zitten in ijskelders, steenfabrieken, op zolders, in spouwmuren, achter dakranden en ook vaak in holle bomen. Dat verschilt een beetje per soort. Zo zitten rosse vleermuizen graag in holle bomen, terwijl de dwergvleermuis veel voorkomt in de spouwmuren in woonwijken.
Met de de inventarisaties die tijdens de winterslaap plaatsvinden, worden bekende vleermuisplekken onderzocht. Vaak zijn dit cultuurhistorische gebouwtjes die mede vanwege de vleermuizen in stand gehouden worden. Dit jaar zijn tijdens die inventarisaties in de omgeving van Renkum bijvoorbeeld de baardvleermuis (vanwege zijn behaarde bovenlip!), de franjestaart, grootoorvleermuizen en de watervleermuis gevonden. Een mooie score!

Vleermuis zoekt huis
De vleermuis heeft het niet gemakkelijk. Het aantal insecten waar ze van leven neemt af en het vinden van een geschikte plek om te overwinteren is helemaal niet zo eenvoudig.
Verder is lichtvervuiling nog een probleem voor ze. Het zijn nachtdieren die in de schemering op jacht gaan. Hun ogen zijn hierop aangepast en ze maken gebruik van echolocatie om niet ergens tegenaan te vliegen of om hun prooi te vangen. Licht maakt hen echter in de war.
Staatsbosbeheer beheert o.a. speciale vleermuiskelders maar ook ‘gewone’ gebouwen kan je vleermuisvriendelijk maken. Op de site (http://www.vleermuis.net/) van de Vleermuizenwerkgroep Nederland staat een schat aan informatie. Hang bijvoorbeeld een vleermuiskast op in je tuin!

Kijken met je oren
Tijdens het vliegen stoten vleermuizen hoge tonen uit in een bepaald ritme. De hoogte en het ritme verschilt per soort. De tonen kaatsen terug en met deze echo weet de vleermuis pijlsnel hoe zijn omgeving er uit ziet. Met een bat-detector kunnen deze tonen worden waargenomen en wordt bepaald welke soort er vliegt. Als je gehoor goed is, kun je enkele van de schelle tonen opvangen wanneer je op een warme avond nog buiten in de tuin zit.

Ik vind het altijd een prachtig gezicht om de donkere schaduw van de vleermuis tegen de lucht te zien terwijl hij zijn achtjes vliegt op jacht naar muggen. Op dit moment zijn ze echter nog in winterslaap, ze zullen pas wakker worden wanneer de temperaturen hoog genoeg zijn en er meer insecten vliegen.

Dat wist ik niet van de blauwe reiger

Maart. Volgelopen uiterwaarden. Bomen en struiken half in het water. De Rijn profiteert van de smeltende sneeuw uit de Alpen.
Er staan veel reigers langs de kant, turend naar een geschikte prooi. Ook in de lucht volop actie. Waardoor? Wat is er gaande? Gelukkig heb ik de kijker bij de hand.

In de kruin van een meidoornhaag zie ik zwarte bewegende bolletjes: muisjes… en masse op de vlucht voor het opkomende water…  Ze klimmen in groten getale naar een droge plek om zichzelf te redden. Tegen die sterke stroming zijn ze niet opgewassen.
Daar komt een reiger met rustige en grote slagen aanvliegen. Kijkt goed … pikt zijn slachtoffer zo uit de top van de struik. Omklemt hem met zijn grote snavel.
Letterlijk voor het opscheppen.

De reiger vliegt meteen door, de vleugels sterk gebogen en … verliest zijn prooi …
Muizen, degelijke zwemmers … denk ik opgelucht. Ze houden er niet van, maar doen er alles aan om op het droge te komen.

Een eindje verderop landt de reiger behoedzaam.  Loopt nog een paar voorzichtige stappen. Staat dan met opgetrokken schouders verweesd om zich heen te turen. De snavel steekt doelloos naar voren. Een beetje klunzig. Zich voorbereidend op een nieuwe aanval….

Tja, wie kent hem niet, de blauwe reiger.
Die eenzame visser die uren staat te wachten op een geschikte prooi. Schrijdend door ondiep water, met zijn kuifje puntig in de wind. Zijn romp ietwat heen en weer wiebelend.
Geduldig, peinzend. Zijn lange hals S-vormig ingetrokken. Gespannen loerend.
En dan… als een pijl uit een boog schiet hij vooruit. Kikkers, muizen, mollen, vissen, vogels. Niet kritisch wat zijn kost betreft.

De reiger broedt bij voorkeur in een groep en nestelt in bomen. Samen sterk. Wanneer ze solitair broeden is dat meestal op een eilandje, water rondom, een veilig gevoel. ’s Winters zoeken ze open water en bij strenge vorst trekken ze naar het zuiden.
Inmiddels zien we ook veel grote zilverreigers. Deze is niet meer weg te denken uit ons landschap. Ook in het Renkums Beekdal zie je ze regelmatig.

En ja hoor… daar gaat ie: even door de knieën, een kleine afzet en een paar stevige vleugelslagen, de reiger verdwijnt op weg naar een volgende prooi.

Altijd boeiend, de natuur. Het gebeurt gewoon voor je ogen.

@ 2019 Lies van Leeuwen – Renkum

De das in winterrust

In de winter gaat de natuur in ruststand. Er is weinig voedsel en ook minder zonlicht en warmte. Om zich te wapenen tegen deze periode worden er van te voren reserves opgebouwd, voorraden aangelegd en gaan planten en dieren in spaarstand. Bomen stoten hun bladeren af om te voorkomen dat ze uitdrogen. De bladeren verdampen anders te veel vocht van de boom. Dieren trekken naar warmere streken of verstoppen zich de hele winter op een beschut plekje en slapen of ze bewegen zo weinig mogelijk om energie te sparen.

Wonen in een burcht
De das is zo’n dier dat in winterrust gaat. Dit grote dier dat laag op zijn poten staat en een dikke grijze vacht heeft met de karakteristieke witte en zwarte strepen op zijn kop, leeft in een burcht die hij graaft onder de grond en vele generaties met zijn familie bewoont. Hierdoor ontstaat in de loop van tijd een enorm stelsel van gangen en kamers waar ze meestal met meerdere dassen bij elkaar liggen te slapen. Hij gaat echter niet in winterslaap. Af en toe wordt hij wakker en komt naar buiten om toch wat voedsel te zoeken en te toiletteren.

Waar is de WC?
Een das maakt mestputjes. Hij graaft een kuiltje in de grond waar hij zijn behoefte in doet. Dat maakt hij daarna echter niet dicht, hij wil dat de geur goed te ruiken is voor andere dassen zodat die weten dat hier al een familie das woont. De mestputjes zijn dan ook vaak te vinden in de buurt van dassenburchten.

Uitgebreide menukaart
Het hoofdvoedsel van de das zijn regenwormen, slakken, bessen en graan. Hij heeft scherpe tanden en is een alleseter die zich aanpast aan het voedselaanbod. Hij is over het algemeen ’s nachts actief om voedsel te zoeken. Voor de winter begint bouwt hij een vet voorraad op in zijn lijf.  Ze zijn voor de winter dan ook een stuk zwaarder dan in de lente. Ze leggen geen voedselvoorraad aan en houden hun burcht heel schoon. Het nest materiaal wordt zelfs regelmatig gelucht!

Familie das
Straks in het voorjaar worden ze weer actiever en gaan op zoek naar voedsel om hun reserves weer aan te vullen. Jongen die misschien al een aantal jaar in de burcht bij hun ouders wonen gaan op zoek naar een partner en vertrekken om wellicht een eigen burcht te beginnen. Ze blijven echter lange tijd bij elkaar wonen omdat ze samen sterker staan om hun territorium te verdedigen.

Groet Boswachter Jaël Bergwerff

Foto: Staatsbosbeheer; De das met de karakteristiek zwart/witte strepen op zijn kop.

Koek

Beste Burgers van Renkum,

Aan het begin van het nieuwe jaar wil ik u van harte feliciteren. U woont en werkt in een schitterende omgeving. De gemeente Renkum is gezegend met heel veel prachtige natuur: heuvels, heiden, bossen, beken. Wie er woont vindt het misschien gewoon, maar dat is het niet. De Veluwezoom is uniek in Nederland en Europa.
Die natuur, dat is het grootste kapitaal van deze gemeente. De rente van dat kapitaal dat is ons aller woongenot. Maar wie wil blijven genieten van de rente moet afblijven van het kapitaal.

Ik vergelijk het graag met een koek. Vers gebakken door je moeder. Die koek ligt languit te lonken op de plank. Het eerste plakje is er al af. En je denkt: ik kan best nog een plakje nemen, want dat zie je toch niet. Je zus en je broer denken ook: lekkere koek, een dun plakje, dat mis je niet. Enzovoort. Totdat moeder het bakblik ernaast houdt. En je laat voelen: de volgende koek, daar kan je maar beter van afblijven. Want anders volgt billenkoek.

De natuur is als die koek. Iedereen denkt: er is genoeg. Daar kan best wat van af. Een huisje hier, fabriekje daar, de villa van je dromen, en een weg om er te komen. Enzovoort. Op zich zijn het kleine beetjes waar je weinig van merkt. Maar voor je het weet is de natuur versnipperd of verdwenen.

De natuur…. Er is geen moeder die haar bewaakt. Geen moeder om nieuwe natuur te bakken. Op is op. Weg is weg. Als deze koek op is rest alleen het ‘bakblik’: oude verhalen, en kaarten, schilderijen van Oosterbeekse School. Zij tonen hoe mooi het hier eens was.

U en ik. Wij zijn die kinderen, maar zonder een strenge moeder. Zijn wij verstandig genoeg om van de koek af te blijven? Ik hoop het van harte. Laten we elkaar op de vingers tikken als de verleiding weer eens te groot dreigt te worden.

Ik wens u allen een groen en gelukkig 2019.
Wim Braakhekke

Reageren: wim.braakhekke@renkumsbeekdal.nl

Lichtjes op een donkere winteravond

Het bosgebied op de Keijenberg waar in het donker normaal gesproken alleen de kabouters van het kabouterpad de aanwezige mensachtigen zijn, is het toneel van de lichtjes wandeling in het Renkums Beekdal. Lantaarntjes met kaarsjes verlichten de route door het bos en leiden de wandelaars langs dikke beuken, ritselende bladeren en de kabbelende beek.

Uitzonderlijke avond
Elk jaar is het weer bijzonder om in het donker door het bos te lopen waar je normaal gesproken niet mag zijn na zonsondergang. Een keer in het jaar maken we echter en uitzondering, juist om te beleven hoe het bos dan is in de donkerste dagen van het jaar. Het bos voelt anders in het donker. Het ruikt ook anders. Er lijkt een soort afwachtendheid te zijn en grote rust.

Nachtleven
‘s Nachts zijn allerlei dieren juist actief. Vossen gaan op jacht en kunnen uitstekend zien in het donker. Ook de bosuil met zijn kenmerkende spookachtige roep gaat op jacht naar muizen en ander eetbaars. Inderdaad, de muizen zijn dus ook actief, net als reeën en juist omdat mensen tijdens het donker afwezig zijn komen deze dieren makkelijker uit hun schuilgelegenheid opzoek naar voedsel of om te paren of hun territorium te bevechten.

Gekke mensen
Tijdens de lichtjes wandeling zullen we hier echter niks van merken. De dieren gaan een stukje verderop waar het rustig is en komen later wanneer die gekke mensen weer weg zijn als nog tevoorschijn. Zolang we dit niet te vaak doen kan het prima en hebben de mensen een super ervaring waarbij ze juist waardering krijgen voor het gebied.

Groet boswachter Jaël Bergwerff

Wat is er aan de hand met de bomen van de Nieuwe Keijenbergseweg?

Twee jaar geleden hebben we vanuit Staatsbosbeheer een ecologisch adviesbureau een VTA-toets laten doen voor de laanbomen langs de Nieuwe Keijenbergseweg. Dit is een toets om de veiligheid van de bomen te toetsen. Er wordt hierbij gekeken naar de conditie van de bomen en of er verhoogde risico’s zijn om de bomen mogelijk gaan omvallen of dat er takken of kronen uit kunnen breken.

Uit de toets bleek dat een heel aantal bomen aandacht nodig hadden. Dat betekend dat er gesnoeid moet worden in de bomen om risico takken weg te halen maar ook dat er bomen bij zitten die zo slecht zijn dat ze voor de veiligheid langs een openbare weg beter weggehaald kunnen worden. Aangezien het hier om een laan gaat waarbij de bomen als het ware de weg geleiden, is het erg jammer wanneer daar gaten in vallen. Je kunt dan verschillende dingen doen.

Je kunt de laan in zijn geheeld rooien(weghalen) en nieuw aanplanten of je kunt dit stapsgewijs doen. In dit geval heeft Staatsbosbeheer gekozen voor het laatste. Alleen de bomen die voor de veiligheid weg moeten gaan weg. In de andere bomen wordt soms wat gesnoeid. Waar bomen gerooid worden wordt een nieuwe boom aangeplant. De laan blijft dus intact, zij het met bomen van verschillende leeftijd. Na een aantal jaar zal dit nog een keer gedaan worden en weer een paar jaar later nog eens. Net zolang tot alle bomen uiteindelijk vervangen zijn.

Dit jaar worden 13 bomen vervangen door nieuwe jonge lindes! De eerste week van december wordt begonnen met het rooien van de slechte bomen. De week erna komen de nieuwe bomen en daarna vinden er nog snoeiwerkzaamheden plaats. Mogelijk is de Nieuwe Keijenbergseweg daardoor tijdelijk moeilijker bereikbaar.

Groet boswachter Jaël Bergwerff

Brandnetels

Brandharen van de Grote brandnetel.
(Foto: http://www.bioplek.org/organismen/planten/brandnetel.html)

De bekendste plant van het land. Je kunt er soep van koken, thee mee zetten, kaas van maken, neteldoek van weven, en nog veel meer mee doen. Maar de meeste mensen mogen hem niet. Koeien wel en dat is wederzijds. Dat zit zo:

Een jaar of tien geleden wilde ik weten welke plantensoorten worden verspreid door de koeien die grazen op de Wolfhezerheide. Zaden die aan hun vacht blijven hangen kan je wel verzamelen en herkennen, maar koeien kunnen ook zaden opeten en weer uitpoepen. Dat is lastiger.
Zaadverspreiding via mest kan je onderzoeken door mest te verzamelen in het veld en uit te spreiden op zaaibakjes in een kas. En dan maar tellen hoeveel kiemplantjes er opkomen; waar studenten al niet goed voor zijn. Zolang de soorten nog niet herkenbaar waren kregen ze een nep-naam. Van elke soort werden een paar plantjes opgekweekt tot duidelijk was om welke soort het ging. De rest werd bij het tellen meteen verwijderd.
Drie maanden en dik 4000 kiemplantjes later bleek dat er wel 25 verschillende plantensoorten waren opgekomen uit de mest. Zelfs een paar eikels waren ongeschonden uitgepoept. Opmerkelijk was dat driekwart van de kiemplantjes bestond uit brandnetels. Hoezo eten koeien brandnetels? Hebben ze dan geen last van de brandharen?
Terug naar de Wolfhezerheide. Het bleek dat daar massa’s brandnetels groeiden. En dat van een groot deel de top was afgevreten, terwijl het onderste deel ongemoeid was gelaten. Zouden de toppen – waar de zaden zitten – dan geen brandharen hebben?
Hoe onderzoek je de aanwezigheid van brandharen? Door je lichaam ter beschikking te stellen aan de wetenschap. Kiezen op elkaar en voelen maar. En ja hoor, de toppen kon ik (bijna) zonder probleem beetpakken. De bladeren helaas niet.
Maar waarom zou een brandnetel geen brandharen hebben aan de top? Waarom beschermt hij wel zijn bladeren, maar niet zijn zaden? Dat laat zich raden als je bedenkt dat de brandnetel een stikstof-minnende soort is en dat koeienmest vol zit met stikstof. Wat is er dan fijner voor een brandnetel dan opgroeien midden in een koeienvlaai?

Met dank aan Evi Saragih en Hanneke Marcelis voor het uitvoeren van het onderzoek.
Reageren: wim.braakhekke@renkumsbeekdal.nl

Bosuil bij daglicht

“Zit de bosuil er nog?” vraagt een voorbijganger me in het Renkums Beekdal.

“Ik heb ‘m nog niet ontdekt…”.

Met een duidelijke reisbeschrijving ga ik op pad. “Vanaf de beek, voorlaatste boom links, halverwege roestend tegen de stam”. Daar moet hij zitten, altijd op dezelfde plaats. Maar hoe goed ik ook mijn best doe, wéér zie ik hem niet. Net zoals al die andere keren.

De man kijkt nog eens goed. Komt naast me staan, brengt zijn rechterarm op mijn ooghoogte en wijst me de roestplaats.

“Daar, tegen de stam aan, in de oksel van die tak….”

Ik volg met mijn ogen.

“Wow… wat een schutkleuren. Niet van de boom te onderscheiden”, fluister ik.

Voorzichtig zoekt mijn hand de verrekijker. Al snel heb ik de bosuil in het vizier. Doodstil doen we allebei of we er niet zijn… Ik wacht op een initiatief van zijn kant. En die komt… hij knipoogt. Maar daar blijft het niet bij. Hij opent beide ogen en kijkt me aan.

Ik zie een sprankje verachting. Voel me bekeken. Hij blijft me aankijken. De verachting verandert in peinzen en verwondering. Het maakt hem niet uit dat ik daar sta te kijken…

Oogcontact met vogels komt zelden voor. Meestal bekijken ze je alleen om te bepalen of jij gevaar betekent. Gaan dan direct op de wieken. Maar uilen kijken je recht in de ogen. Met hun ogen kunnen ze allerlei menselijks uitdrukken. Behalve angst… Ze bekijken je doordringend, onbeweeglijk, alsof ze denken. Bekijken jou zoals je hen bekijkt.

Zonder verrekijker, die hebben zij niet nodig. Ze zien met het blote oog heel scherp. Nodig om in de nacht hun prooi te ontdekken.

Overdag belagen andere vogels hen soms met veel kabaal. Voor de oplettende vogelliefhebber kan dat verwijzen naar een roestplek.

Uilen staan bekend als mysterieuze en wijze vogels. Deze nachtdieren vliegen geruisloos door de duisternis. Hun unieke vleugels hebben speciale veren waarmee ze in het holst van de nacht de muizen niet afschrikken. In stilte bewegend, terwijl de wereld om hen heen steeds luidruchtiger wordt.

Hun roep klinkt in de duisternis mysterieus en klaaglijk. Van hun hoge “Hoe…hoe-hoe-hoe-hoeeee…”, krijg ik steeds weer kippenvel. Het vrouwtje reageert luid “Kewleck!”

Overdag verstoppen ze zich goed gecamoufleerd op steeds dezelfde roestplaats om te slapen. Vaak in holtes van afgebroken takken.

Mijn bosuil rekt zich nog eens uit. Beweegt zijn kop van links naar rechts en duikt in elkaar. Ik laat mijn kijker weer zakken. Puur genieten!

En…wie heeft er nu eigenlijk naar wie gekeken…?

© 2018 Lies van Leeuwen – Renkum
Foto bosuil: Bas Peters